Beschikking over de verdeling van de inspanningen (Effort Sharing Decision - ESD)

Als onderdeel van het klimaat/energiepakket 2020 definieert de Beschikking over de verdeling van de inspanningen (Beschikking 406/2009/EG) de nationale doelstellingen voor 2020 op het vlak van de vermindering van de broeikasgasemissies in de zogenaamde niet-ETS-sectoren (transport[1], gebouwen, landbouw, afval), de sectoren die niet onderworpen zijn aan het systeem van de handel in emissierechten.

Deze nationale doelstellingen worden uitgedrukt in percentages in vergelijking met de uitstoot in 2005. De vastlegging van die doelstellingen is gebaseerd op het principe van de solidariteit tussen de lidstaten, en de verdeling is afhankelijk van het relatief bbp per inwoner van de lidstaten. Voor het Europa van de 28 is het percentage globaal gelijk aan -10 % in 2020 in vergelijking met 2005, voor België bedraagt de emissiereductiedoelstelling -15 %.

De beschikking focust niet alleen op het jaar 2020: ze bepaalt jaarlijkse uitstootlimieten volgens een lineair traject tussen 2013 en 2020. De lidstaten ontvangen zo een degressief jaarlijks aantal toegewezen kredieten (AEA's), dat theoretisch gezien niet mag worden overschreden door hun niet-ETS-uitstoot. Dankzij de ingebouwde flexibiliteit van het systeem zijn echter beperkte overhevelingen van AEA-quota tussen de jaren (artikel 3.3) en uitwisselingen tussen de lidstaten (artikel 3.4 en 3.5) mogelijk. Onder bepaalde kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden (artikel 5) kan een beroep worden gedaan op de flexibiliteitsmechanismen (JI en CDM).

Het aantal AEA’s dat in maart 2013 werd goedgekeurd (Beschikking 2013/162/EU), werd in oktober 2013 aangepast (Beschikking 2013/634/EU) om rekening te kunnen houden met de veranderde reikwijdte van bepaalde sectoren naar de ETS toe (de ETS- en niet-ETS-sectoren werken namelijk als communicerende vaten). Het aantal AEA's voor de periode 2017-2020 is nog eens aangepast (Besluit (EU) 2017/1471) omdat erkend wordt dat de impact op de berekening van de uitstoot in het kader van de broeikasgasinventarissen voldoende groot is ten gevolge van de invoegetreding van nieuwe IPCC-guidelines van 2006 (overschrijding van de drempel van 1% zoals bepaald in art. 3 van Beschikking 406/2009/EG).

Om de ESD-doelstellingen te verwezenlijken moeten de lidstaten beleidslijnen en maatregelen definiëren en uitvoeren (Policies And Measures, of ‘PAM’s’). Er werd een systeem van jaarlijks toezicht (cf. het Monitoring Mechanism) ingevoerd om de afwijkingen op te sporen en zo snel mogelijk de noodzakelijke corrigerende maatregelen te kunnen treffen.

 


[1] Exclusief luchtvaart en internationaal transport over zee.